home  
 
 

biografie

 
  gedichten
 
  interview
 
  publicaties
 
  essay
 
  toneel
 
  verhalen
 
  contact
 

 

Walter Palm, een schrijver uit Curaçao

nederlands

papiaments engels



RECENSIE VAN “SIERLIJKE GOLVEN KRULLEN VAN PLEZIER” IN “ANTILLIAANS DAGBLAD” VAN 4 MAART 2010 DOOR WIM RUTGERS

Poëzie in driekwartsmaat

Na zijn vorige Nederlandstalige verzamelbundel ‘Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker’ (2002) begint Walter Palm de ochtend in zijn recente bundel ‘Sierlijke golven krullen van plezier’ heel wat minder  positief: “Bij het ochtendgloren werden mijn zoete dromen / ruw verstoord door wrede tropische zon / die heerste over geblaakte aarde.”

Dat is andere koek dan met een mooi gedichtje wakker te worden! “De morgen loeit weer aan,’ zou Tip Marugg zeggen, aan wie een in memoriam gedicht in de bundel is opgedragen. De beweging van de ochtend en middag naar de avond toe is in deze bundel ook een metafoor voor de menselijke levensloop. 

De bundel is opgebouwd als een drieslag, die telkens terugkeert. In de drie delen van de bundel geeft deze in Curaçao geboren en getogen, maar al decennia lang in Nederland wonende dichter achtereenvolgens een drievoudige positiebepaling ten opzichte van zijn eiland, Nederland en zijn eigen persoon.  

Van het eiland worden vooral de natuurelementen in de vorm van de zinderend zon, de zee en de wind beschreven, maar ook komen de milieuvervuiling van de raffinaderij en het slavernijverleden aan de orde: “Helse, flikkerende / vlam fakkelt af, / likt aan wolken en longen (…) Het ruikt naar geld, / het ruikt naar hel.” De collega dichters Pierre Lauffer en Tip Marugg krijgen hier hun in memoriam.
Van Nederland worden enkele onderwerpen genoemd die in relatie tot het eiland staan, als Madurodam en De zwarte Madonna. Overigens zijn de gedichten in deze afdeling minder sterk dan in de rest, wegens hun gelegenheidskarakter.
Het derde deel bevat persoonlijke poëzie over leven, liefde en vooral de dood. Hier vinden we de titel van de hele bundel terug: “Toen ik geboren werd / krulden de golven van plezier. // Als ik sterf, / krommen de golven van verdriet.” Het dilemma van leven en dood wordt opgelost in religie en creativiteit: “Als ik vermalen / ben door de kaken / van de dood // dan leef ik voort / in deze gedichten en woorden / is mijn stem niet gesmoord.”

De tijd wordt beschreven vanuit de eigen levenservaring, vanuit de familiegeschiedenis en vanuit de geschiedenis van het eiland als geheel, zoals in een van de langste gedichten ‘De driemaster met drie masten Liberté, Egalité en Fraternité’ over de Franse Revolutie. Het slot daarvan is echter wel een beetje te optimistisch: “1 juli 1863. De slavernij is voorbij. / Liberté, Egalité et Fraternité heeft ook in de Caraïben gezegevierd.” Was het maar zo gegaan. 

Vergelijking met de vorige bundel waarin voornamelijk eerder verschenen werk gepubliceerd werd naast enkele recente gedichten, wijst uit dat de relatief nieuwe gedichten die ontstaan zijn in de laatste jaren, minder karig van woorden zijn en zelfs hier en daar een uitbundige vorm vertonen. Terwijl enerzijds de inhoud meer geconcentreerd is rond de drie thema’s eiland, Nederland en persoonlijk leven, is de vorm ervan in vergelijking met vorig werk soms zelfs haast barok te noemen met zijn talrijke vormen van beeldspraak en stijlverschijnselen die in elk gedicht voor het oprapen liggen, zoals vergelijkingen, metaforen, synesthesieën, personificaties, herhalingen en variaties daarop, waarbij ook telkens een drieslag te bespeuren valt.

Walter Palm speelt herhaaldelijk een spel met klankelementen die de zeggingskracht versterken, zoals de ui-klank in ‘Een sluimerend verdriet fluistert in de ruisende struiken’ en de o-klank in ‘de drommelse trommels’.
Er zijn talrijke voorbeelden te geven. De dichter verpakt het rijm onopvallend, niet als eindrijm, maar meestal zomaar ergens midden in een versregel, zodat je steeds denkt een rijm te horen, maar je vervolgens op zoek moet om het te vinden.

Uit de vele mogelijkheden geef ik een voorbeeld tot slot. Het gedicht ‘De muziek van mijn betovergrootvader Jan Gerard Palm (1831-1906)’ eindigt na een drievoudige vergelijking in de woordvolgorde van een chiasme in een drieledige conclusie die tegelijk het thema van de ‘creolisering’ aangeeft -een van de hoofdthema uit het totale werk van Walter Palm. Dit gedicht werd dan ook terecht op de achterflap van de bundel in zijn geheel weergegeven.

De muziek van mijn betovergrootvader Jan Gerard Palm (1831-1906)

In jouw muziek
hoor ik zowel het zwoele ritme van de passaat
als de verschroeiende hitte bij een naderende orkaan.
 

Bloeiende flamboyant
maar ook aan droogte geboeide savanne,
hoor ik in jouw muziek.

Zowel de woeste golven van de Noordkant
als het zoete neuriën van branding aan de Zuidkust,
hoor ik in jouw muziek.

In jouw muziek
hoor ik contradicties en paradoxen,
hoor ik Curaçao.


Walter Palm: Sierlijke golven krullen van plezier
Haarlem: Uitgeverij In de Knipscheer
60 pagina’s
ISBN 978 90 6265 644 8
http://www.indeknipscheer.nl