home  
 
 

biografie

 
  gedichten
 
  interview
 
  publicaties
 
  essay
 
  toneel
 
  verhalen
 
  contact
 

 

Walter Palm, een schrijver uit CuraÁao

nederlands

papiaments engels



RECENSIE VAN  "MET LEGE HANDEN GING IK SLAPEN, MET EEN GEDICHT WERD IK WAKKER" IN "AMIGOE" VAN 14 JUNI 2003 DOOR PIM HEUVEL

Dichters liegen 

Aan Bertus Aaafjes wordt de uitspraak toegeschreven Dichters liegen de waarheid. Hij wilde daarmee een essentieel verschil tussen proza en poŽzie aangeven.

Proza berust op waarheid, of om het sterker uit te drukken, proza dient om de waarheid vorm te geven. En als proza leugenachtig zou zijn, verwerpen we het. Dat houdt niet in dat proza niet een fantasiebeeld zou mogen weergeven, maar dan weten we dat. Als iemand een sprookje vertelt, denken we er niet aan om het verhaaltje af te keuren en als leugenachtig te bestempelen.

Met poŽzie is het anders gesteld. PoŽzie schept via taal een andere wereld, een tweede werkelijkheid wordt die wel eens genoemd, waarvan de waarde berust op het feit dat we ons bewust zijn van het feit dat die in de eerste werkelijkheid niet bestaat.

Het verschijnen van de nieuwe  bundel poŽzie van de Antilliaanse dichter Walter Palm, getiteld

Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker, toont de geldigheid van het aforisme van Aafjes aan. We kunnen het ook anders formuleren. PoŽzie heft de tegenstellingen op, of nog beter poŽzie verzoent de tegenstellingen. Dat is in de wereld van de werkelijkheid van het proza niet mogelijk, dat zou de geloofwaardigheid van het proza aantasten.

Op blz. 76 staat een voorbeeld van wat we bedoelen met de bewering dat poŽzie tegenstellingen verzoent.

De hemel is zee, de zee is hemel
In zeeblauwe hemel.
trekken straaljagers schuimwitte strepen.
In hemelsblauwe zee
trekken spierwitte zeilschepen als wolken voorbij.

De tegenstelling zee - hemel wordt hier ontkend en verzoend. Speels gebruikt de dichter in r. 1 als versierend bijvoeglijk naamwoord bij het woord hemel zeeblauwe. en in regel 3 wordt zee hemelsblauwe genoemd. Die twee woorden  bepalen het gedicht. Door de hemel zeeblauw te noemen en de zee hemelsblauw is de tegenstelling op poŽtische wijze opgeheven.

Het is een gedicht waar de lezer lang bij stil blijft staan. Regel 2 is een voorbeeld van poŽtische klankverwerking. Niet alleen de alliteratie van de s in drie woorden, maar ook de assonantie  van de tr in trekken en straaljagers brengt een welluidende harmonie, die in het laatste woord van de regel zijn voltooiing vindt. Eerst zit je als lezer te luisteren en te kijken naar die twee regel tot je opeens de alliteratie en de assonantie toegepast ziet en hoort. Een regel om nooit te vergeten. De afsluitende regel van dit kwatrijn completeert het klankenspel. De  w in wolken, stoort niet, omdat die w al voorkomt in de tweede regel. Schuimwitte in r. 1 en spierwitte  in r. 4 bereiden de w als eerste letter in wolken al voor. Trouwens de w in zeeblauwe zorgt in r. 1 en r. 3 ervoor dat in elke regel de w-klank aanwezig is.

Misschien denken sommige lezers nu dat dat allemaal wel vergezocht is, dat je een gedicht zo niet moet lezen. Als echter na deze kleine klankanalyse al blijkt hoe vernuftig de klanken zijn opgebouwd, groeit wel de bewondering voor de dichter.

Naast dit gedicht, dat zal nu wel duidelijk zijn, blijken ook de andere met grote zorg geschreven. De dichter zelf zegt het al in het gedicht van blz. 47

Geschenk van dromen, maanlicht en ochtenddauw

Met lege handen
ging ik slapen,
met een gedicht
werd ik wakker. 

Ik koesterde het,
poetste het,
tot het glom
als de eerste ochtendstraal. 

Niet voor niets is de titel van dit gedicht  gekozen tot de titel van de hele bundel. De eerste strofe geeft aan dat de inspiratie uit het onbewustzijn de bron is van de gedichten. De tweede strofe omschrijft in een metafoor de werkwijze van de dichter. Het gedicht wordt pas voltooid na zijn  intensieve, ambachtelijke werk.

Het gebruik van beeldspraak is ontleend aan elementen die te maken hebben met wind, water, lucht en hemel, en die de mens op een eiland sterker aanspreken dan de bewoner van een groot continent. Dat ligt voor de hand, zijn we achteraf geneigd te concluderen. Telkens komt de verbondenheid van die elementen weer ter sprake. Een groot uitgestrekt land wordt een zee van land genoemd, bergen zijn versteende golven. Geen wonder dat de dichter in het openingsgedicht reeds getuigt van het besef dat de mens, die zich het centrum voelt van het levende, later ontdekt dat hij toeschouwer is die op een afstand waarnemer wordt. Het voortdurende besef in de gedichten van de onvolmaaktheid van de mens verhoogt de geloofwaardigheid van de bundel.

Wim Rutgers leidt deze gedichten in met een voorwoord, waarin hij onder meer stelt dat  Walter Palm zich nu voor het eerst richt tot een Nederlands lezerspubliek. Daarom is het verantwoord dat een aantal oudere gedichten van Walter Palm in deze bundel zijn opgenomen. Elke poŽzieliefhebber, waar dan ook in het koninkrijk, kan nu kennis nemen van deze rijke aanwinst van Nederlandstalige poŽzie. In de moderne Nederlandse poŽzie ben ik nog geen bundel tegengekomen die zozeer de aandacht verdient van lezers van diverse pluimage of die nu in het Europese deel of het Antilliaanse deel van het Koninkrijk wonen. Juist de universele gerichtheid zal een diversiteit van lezers aanspreken.

Pim Heuvel

Walter Palm: Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker

Deze bundel Verzamelde gedichten, kwam in 2002 uit bij uitgeverij In de Knipscheer te Haarlem, Nederland, ISBN 90 6265 5378 NUR 306. De bundel is gelukkig ook verkrijgbaar op CuraÁao.