home  
 
 

biografie

 
  gedichten
 
  interview
 
  publicaties
 
  essay
 
  toneel
 
  verhalen
 
  contact
 

 

Walter Palm, een schrijver uit Curaçao

nederlands

papiaments engels


INTERVIEW VAN JEROEN HEUVEL MET WALTER PALM N.A.V. GEDICHTENBUNDEL “SIERLIJKE GOLVEN KRULLEN VAN PLEZIER”.

(Gepubliceerd in “Antilliaans Dagblad” van 4 maart 2010).


‘Mijn gedichten zijn nooit af’


'Mijn grootvader speelde zijn composities nooit op dezelfde manier’, zegt Walter Palm over Jacobo Palm. ‘Omdat hij dat al eens zo had gespeeld, omdat hij zichzelf nooit volledig wilde herhalen. Muziek, als alle kunst, is iets levends.’

Walter Palm komt uit een zeer bekende Curaçaose muziekfamilie. ‘Als kind zei ik al dat ik wilde bewijzen dat onze familie ook literatuur kan schrijven. Ik wilde en wil nog steeds het artistiek domein van de Palms verbreden, uitbreiden.’

Walter Palm heeft al veel geschreven. Recent is zijn nieuwste dichtbundel verschenen,’Sierlijke golven krullen van plezier’. De titel is geplukt uit het gedicht ‘Zee’
(p. 49):

Ik luister naar het monotone wiegelied
van de zee.

Toen ik geboren werd
krulden de golven van plezier.

Als ik sterf,
krommen de golven van verdriet.

‘Dan Brown,’ antwoordt Palm als ik hem vraag wat er waar is van het gerucht dat er 500 duizend exemplaren van zijn dichtbundel zijn gedrukt, met op de kaft een mediumshot van een ongeklede vrouw met twee dikke vlechten, een Friezin of een Viking, die de fotograaf trots heeft aangekeken. De bundel zou volgens het op de weblog Caraibisch Uitzicht geplaatste bericht over de hele wereld worden uitgedeeld. ‘‘Het boek verscheen in dezelfde tijd als het laatste boek van Dan Brown, auteur van bestsellers als de ‘Da Vinci code’, wat gepaard gaat met een enorm publiciteitscircus. Iedereen weet vóór het boek uitkomt, dat het uitkomt, met manshoge reclameborden waar Dan Brown de voetganger al toelacht om zijn nieuwste vooral niet te missen. Michiel van Kempen, de initiatiefnemer van het weblog, had dat bericht geplaatst als reactie op de reuze aandacht die het Amerikaanse spannende verhaal kreeg.’’ En de summiere voorpubliciteit rond een dichtbundel van een relatief onbekende auteur bij een niet zo grote uitgeverij in een niet al te bekend land op de wereldliteratuurkaart, denk ik er bij.

Palm: ‘‘De afgelopen tien jaar zijn een periode van literaire bloei voor mij geweest. Mijn gedicht ‘Over kale vlakte van mijn hart’, uit mijn nieuwe bundel, was op 17 november jl. bij Het Parool het gedicht van de dag. Mijn vorige bundel (‘Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker’, 2002, red.) is uitverkocht, mijn toneelstuk ‘De blauwe engel’ dat ik op verzoek van John Leerdam had geschreven voor Hollandse Nieuwe, het theaterschrijversfestival van stichting Cosmic Illusion, opgericht door Norman de Palm en Felix de Rooij in Amsterdam, was genomineerd voor de publieksprijs. Ik heb gelegenheidsgedichten geschreven zoals een op verzoek van een lokaal radiostation (Radio Paradise) ter gelegenheid van de inauguratie van president Barack Obama, jongeren gebruiken mijn gedicht ‘Nummer Een’ als liefdesverklaring, ik heb meegeschreven aan twee liedjes voor een voorstelling en ik krijg steeds meer erkenning. Ik ben mede voor mijn literaire werk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, dat was in 2001, en in 2005 ben ik als enig op Curaçao geboren dichter opgenomen in de prestigieuze Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst, de literaire eregalerij van alle belangrijke moderne Nederlandstalige dichters.’’

Palm heeft naast een dichtbundel in het Papiamentu ook essays, waaronder één over de Gouden Eeuw op Curaçao, en verhalen op zijn naam staan. Op zijn website www.walterpalm.com, staat een heleboel werk.

‘Dat is allemaal gratis te downloaden, want ik wil dat in deze moderne tijd, met deze hedendaagse communicatiemiddelen, iedereen, dus ook jongeren die hun geld niet aan boeken zullen spenderen, over mijn werk kunnen beschikken.’

Over het schrijfproces, dat gaat zoals de titel van zijn vorige bundel aangeeft: ‘Met lege handen gaat hij slapen, met gedichten staat hij op’. Walter heeft iets met de geestelijke wereld. Kijk maar naar een fragment uit het volgende gedicht: Tussen de dood en de dood (p.40). Eerste strofe:

Tussen de dood en de dood
voltrekt zich het leven,
bloeit en bloedt het leven.

En de laatste strofe gaat als volgt:

Tussen de dood en de dood
zweeft de vraag hoe het volgend leven zal zijn.

Of lees in het gedicht ‘Zilver’ (p.34) hoe een lepel ergens in een slapend huis valt en dat de ik figuur dan gebeld wordt met de boodschap van de dood van zijn moeder.

Walter Palm: ‘De ziel gaat nooit dood. Na een aards leven heb je een onaards of hemels leven totdat je ziel weer een aards leven krijgt, etcetera. Wat herinneren anderen van jou, na je dood; wat herinner je zelf?’

Hij wijst ook op inspiratie. Niet alleen van een levend iemand, de liefde in zijn leven aan wie hij in deze bundel een gedicht heeft opgedragen, ‘maar die de bron is van mijn complete volgende bundel’, de schrijfster Orchida Bachnoe, maar ook van niet meer levende mensen. Federico García Lorca (de zin “Por los ojos de la monja galopan dos caballistas” uit het gedicht “La monja gitana” heeft hem geïnspireerd tot het gedicht ‘Over kale vlakte van mijn hart’ (p. 38)), Charles Baudelaire (‘Les fleurs du mal’), Paul Verlaine (‘Romances sans paroles’), Juan Rulfo (‘Pedro Páramo’). En niet te vergeten bij de levende artiesten: Brian Patten uit Liverpool die een crossover tussen poëzie en muziek maakt en dichtbij Elis Juliana (met het gedicht ‘Historia di shap’) voor de humor in het eerste gedicht van de bundel.

Een gedicht is nooit af. Soms is dat ook te zien. Het eerste gedicht in de bundel heette in een eerdere versie: ‘Shon Arey en de zonnecollector’, nu ‘Koning Zon en de zonnecollector’. Palm draagt zijn gedichten graag voor. ‘Voordracht geeft een extra dimensie.’

Vraag: ‘Je gebruik van lidwoorden is opvallend. Hier en daar laat je er een weg’.

‘‘Dat is dichterlijke vrijheid, komt het ritme van het gedicht ten goede. Ik kom uit een muzikale familie. Ik was zo trots toen mijn grootvader mijn eerste gedichten gelezen had, van het papier opkeek en na een denkstilte, die heel spannend was voor mij, zei, en het ging niet over de inhoud van de gedichten, ‘In elk gedicht hoor ik melodie.’’ Toen wist Walter Palm dat hij in zijn doel, dat hij als kind had gesteld, zou slagen.

 

◄begin