home  
 
 

biografie

 
  gedichten
 
  interview
 
  publicaties
 
  essay
 
  toneel
 
  verhalen
 
  contact
 








 

Walter Palm, een schrijver uit Curaçao

nederlands

papiaments engels


TONEELSTUK: “BRUILOFTEN ZONDER DE VADER VAN DE BRUID”


Synopsis

Dwaze vader Dave krijgt onverwacht bezoek van zijn halfzuster Conchita. Zij heeft verrassend nieuws voor hem, zijn dochter waar hij al twintig jaar niets van weet, is getrouwd. Het was een bruiloft zonder de vader van de bruid. Dave is zo ondersteboven van dit nieuws dat hij zich bijna schuldig maakt aan zinloos geweld. Nadat hij dit schokkend nieuws enigszins heeft verwerkt, maakt Conchita hem blij met het nieuws dat zij het telefoonnummer van zijn dochter heeft. Hij aarzelt om zijn dochter te bellen, bang als hij is dat hij gedemoniseerd is. Als hij toch belt loopt het telefoongesprek uit op een totale deceptie als blijkt dat zijn dochter dacht dat hij al lang dood was.


Dave, een man van middelbare leeftijd zit alleen in zijn kale huiskamer en mijmert wat voor zich uit. De deurbel rinkelt).

Wie zou dat nou zijn? Ik heb echt geen zin om open te doen. Zeker weer een deurwaarder die op zoek is naar verdwenen buren. Met die recente recessie, is dit aan de orde van de dag. Personen die met de Noorderzon zijn vertrokken. Met de Noorderzon naar het verre Zuiden vertrokken. Op de vlucht voor schulden. Op hun manier economische vluchtelingen. Niet op de vlucht voor de geheime politie, maar voor de deurwaarder. Gelukkig zijn schulden mij bespaard gebleven. Sinds mijn vijf-en-twintigste werk ik. Voor wie eigenlijk? Voor mijn gezin, zeg ik officieel. Mijn alimentatie ophoesten, is het eerlijke antwoord. Voor kranten heb ik geen geld. Een TV heb ik niet. Heb ik ook niet nodig. Ik kan gewoon uit het raam kijken. Genoeg multicultureel drama. Van drie hoog in De Pijp, valt er genoeg te genieten.

(De deurbel rinkelt opnieuw)

Boven mij woont een Nigeriaan met zijn Hollandse vriendin. Sinds hij met haar samenwoont, is het hier een stuk rustiger geworden. Onder mij woont een alleenstaande Antilliaanse vrouw die op zomeravonden luide muziek laat schallen. Aan de overkant wonen Turken, ik denk illegalen. Geen contact, steeds wisselende gezichten. Geen denken aan dat ik opendoe.

(De deurbel rinkelt voor de derde keer)

Het zal toch niet voor mij zijn? Mijn ouders zijn beide dood. Broers en zusters heb ik niet. Een vriendin heb ik niet. Wie wil er nou vriendin worden van een minimumlijder? “No money, no love”. Mijn enig kind, mijn dochter Anja, heb ik al twintig jaar niet gesproken. Ik ben een dwaze vader. Ik voel me als een man die zielsalleen staat. Zielsalleen in het midden van een totaal verlaten plein. Als er iemand tegen mij opbotst dan is het mijn dubbelganger, mijn spiegelbeeld. Oh ja, ik heb nog ergens een halfzus Conchita, die ik ook in geen jaren gezien heb. Jaren geleden was zij hier op de thee gekomen. Ik zal maar open doen.

(Dave sloft op zijn pantoffels naar de deur om open te doen. Hij roept: “Wie is daar?”. Een stem antwoordt: “Conchita”. Conchita stapt binnen).

D: Conchita! Ik heb je in geen jaren gezien. Welke wind heeft je hierheen gewaaid?
C: De wind van het lot.
D: Ga toch zitten. Wat een leuke verrassing!

(Conchita neemt plaats)
C: Hoe is het met je?
D: Heel leuk je te zien. Je hebt zeker gehoord dat ik een paar weken geleden een lichte hartaanval heb gehad.
C: Een hartaanval? Daar weet ik niets van.
D: Het viel achteraf wel mee. Het was gelukkig een lichte hartaanval. Je kent dat wel: vlammende pijn in de borst en bewustzijn verliezen.
C: Je moet je ook niet zo opwinden.
D: Wat kan ik je aanbieden?
C: Iets fris.

(Dave opent de ijskast en schenkt wat cola in)

D: Ik dacht dat je op Aruba woonde?
C: Ja daar ben ik geweest, en ik ben al weer een jaar terug. Ik miste Nederland.
D: I see.

(Stilte)

D: Ik was jaren geleden op je bruiloft. Eigenlijk was ik als jongen al verliefd op je. Tot ik hoorde dat je mijn halfzus was. Mijn vader’s beste vriend vertelde het me. Ik nam hem een keer in vertrouwen, en hij wist meteen wie ik bedoelde.

(Stilte)

D: God, wat was ik gechoqueerd toen ik het hoorde. Mijn vader had een buitenechtelijk kind, dat was even slikken. Het mooiste meisje van de school was zijn dochter. Toch een goede smaak mijn vader. Het enig probleem was nu dat het mooiste meisje van de school nooit mijn vriendin zou kunnen zijn. Achteraf bezien is het beter zo. Bloedverwantschap gaat langer mee. Geliefden gaan zo weer uit elkaar. Zo gaat dat in dit tranendal.
C: Je vader was zo’n charmante man. Mijn moeder had een uitstekende smaak hoor. En je vader zorgde goed voor mij, maar mij openlijk erkennen, dát was er niet bij. Hij heeft alle kosten van mijn bruiloft betaald. Maar bij mijn bruiloft ontbrak hij. Zeker ruzie met je moeder.
D: Ik was er wel, en mijn moeder was wekenlang boos op mij.
C: Enfin ik ben alweer gescheiden. Dus ook die bruiloft was relatief. Maar het blijft wel een kras op mijn ziel, dat je vader er toen niet was, om mij weg te geven, zoals het hoort.
D (emotioneel): Krassen op je ziel! Wees niet zo kleinzerig! Ik heb mijn dochter al twintig jaar niet gezien! Twintig jaar kun je dat voorstellen. Ik weet niet eens waar zij woont. Twintig jaar heb ik elke maand nauwkeurig de helft van mijn salaris afgedragen. De Raad voor de Kinderbescherming vond mij te gevaarlijk voor Anja, te driftig. Sinds haar eerste jaar heb ik haar nooit meer gezien. Nooit, hoor je me. Nooit.

(Stilte)

C: Weet je toen ik klein was, vertelde mijn vader mij altijd verhalen. Wij hadden beide een lieve vader. Als hij mij een verhaal vertelde voor ik ging slapen, dan ging ik met een glimlach op mijn hart slapen. Hij gaf mij altijd zekerheid.
D: Zo’n man was het. Een onvermoeibare man met zalvende woorden. Ik mis hem dagelijks. Eigenlijk wil ik het liefste bij hem zijn.

(Stilte)

D: Mijn dochter heb ik nooit verhaaltjes verteld. In doffe wanhoop seinde ik Anja verhalen. Ik concentreerde mij op haar, en zond haar sprookjes met kabouters en reuzen. Ik voel me een kabouter in dit leven. Dwaas zal ik altijd blijven. Een dwaze vader op zoek naar het gezicht van zijn dochter. Heb je haar gezien? Weet je iets van haar?
C: Nee, hmmm, nee. Lees je wel eens de krant?
D: Nee. Ik heb geen geld voor de krant.

(Conchita frommelt met haar vingers)

C: Dave, ik weet niet hoe ik je dit moet vertellen. Ik dacht dat ik weer vergeten was bij de uitnodigingen, maar het is nog erger, dan ik al dacht. Zelfs de vader van de bruid was niet uitgenodigd. Dave, je dochter is getrouwd!
D: Wáát?!!! Anja getrouwd? Zonder dat ik het wist?!
C: Jouw dochter is getrouwd.
D: Maar hoe weet jij dat?
C: Gewoon in de krant gelezen.
D: Mijn dochter getrouwd, en niemand die mij iets vertelt…..

(Dave staat op en begint te ijsberen)

C: Ik weet hoe het is om te trouwen zonder dat je vader er bij is. Een dag als een schip zonder zeilen.
D: Maar hoe kunnen ze me dit aandoen?
C: Dát vroeg ik me ook af, toen je vader ontbrak op de bruiloft. Hij had het mijn moeder plechtig beloofd.
D: Hou toch op met die onzin van je bruiloft. Ik zit midden in de ellende. En tot overmaat van ramp leef jij je frustraties op me af. Dit is echt het einde.
C: Hoe bedoel je?
D: Het einde kan maar één ding betekenen. Pif-paf-boem.

(Dave haalt het pistool uit de lade)

C: Wat ga jij nou doen?
D: Wat ik altijd al gewild had.
C: Dave ga geen domme dingen doen.
D: Conchita geef me één goede reden om verder te gaan.
C: Je bent net zo opvliegend als onze vader. Ga rustig zitten, en geef dat pistool hier. Geef hier.

(Dave gaat weer zitten, maar geeft het pistool niet af. Hij blijft ermee spelen).

D: Soms vraag ik wel af waarom ik er eigenlijk geen punt achter zet. Ik heb het al zo vaak door geëxerceerd.

(Dave houdt het pistool schuin tegen de slaap).

D: Boem!! en het is allemaal achter de rug. Weer een klaagzang minder. “Happiness is a warm gun” , zong John Lennon, en hij had gelijk. Een paar maanden later, als de stank inmiddels ondraaglijk is geworden, zullen ze me vinden. Half vergaan mijn lichaam. Dat was dwaze Dave, Dave de dwaze vader.
C: Dave, hou op met die onzin!!! Geef hier het pistool.

(Dave blijft met het pistool tegen de slaap en neuriet ‘Suicide is painless, it brings on many changes” )

C: Zit toch niet zo jammeren, en zielig te doen. Weet je Dave op Aruba heb je watapana’s. Weet je wat dat zijn?
D: Geen idee en ik begrijp niet wat het een met het ander te maken heeft.
C: Watapana’s zijn windbomen. Zij zijn gegroeid in de richting van de wind. Mensen kunnen ook zo zijn. Lijdzaam ondergaan ze het noodlot. Je moet opstaan Dave, opstaan tegen het lot, en zelf het leven ter hand nemen. Anderen zullen dat niet voor je doen.

(Stilte)
D: Getrouwd zonder mij erbij. De hemel staat in brand.

(Er volgt een luide snik)

D: De vader van Máxima wist tenminste dat zijn dochter trouwde. Ik weet van niks. Zelfs dat is mij niet gegund. Dat ik bij het stadhuis een glimp van mijn dochter mocht opvangen.
C: Er stond in de krant dat jouw dochter is getrouwd met een familielid van mij aan moeder’s kant. De appel valt niet ver van de boom.
D: Een familielid van jou?
C: Ah Dave, zo is het leven. Het draait rond in cirkels. Je vader was niet bij mijn huwelijk, en daarom trouwt nu jouw dochter met mijn familielid, zonder dat jij er bij bent. Zij heeft een karma ingelost.

(Stilte)

D: Je lijkt wel een schrijver met sluitende cirkels en wuivende watapana’s.
C: Het leven is open en sluiten.
D: Kun je wat concreter zijn?
C: Dave, laten we wel wezen. Hoe treurig het allemaal gegaan is met je dochter dat weten we allemaal. Wat ik bedoel te zeggen. Sluit dit hoofdstuk af. Sta op tegen de eeuwige passaat van het leven. Gooi die trossen van het verleden los. Vaar uit. Laat het verleden, het verleden.
D: Maar hoe dan? Opstaan tegen de eeuwige passaat?
C: Trek naar buiten. Stop de alimentatie. Anja is nu toch getrouwd. Denk nu aan jezelf. Laat het verleden het verleden, en richt nu je blik op de toekomst. Op jouw toekomst.

(Stilte)
D: Hou toch op met die onzin. Ik wil nú een daad stellen. Ik wil nu wraak nemen. De Raad voor de Kinderbescherming is tegen me. Het Incassobureau van Alimentatie is tegen me. Het is toch de gehele wereld die tegen mij is ! Elk willekeurige instantie en persoon is tegen mij. Dus ik kan wraak nemen op elk willekeurig persoon. Gewoon de eerste de beste voorbijganger neerschieten.

(D leunt naar buiten en richt zijn pistool).

C: Ben je helemaal gek geworden? Dat is zinloos geweld! Wat een driftkop ben je toch. Geef hier dat pistool!!!

(D pinkt een traan weg).

D: Dit is zo vernederend. Een mes in de rug. Niet het mes doet pijn. Nee. Het feit dat mij in de rug is gestoken doet pijn. Mijn hart is al jarenlang lek. Al twintig jaar. Weg is alle liefde. Een donker hol waar eens de liefde koning was. Somber en kil. Als een winternacht die nooit voorbij gaat.
C: Schuif weg dat gordijn van haat. Maak je ogen open. Kijk naar buiten. Er lonken geen kogels, maar bontgekleurde vogels. Mensen van vlees en bloed bevolken de straat met hun sterke en zwakke punten. Het zijn geen Goden. Laat weer liefde in je hart. Wees blij dat je dochter gelukkig is. Straks haal ik wat gebak zodat we samen de bruiloft van Anja kunnen vieren. Zal ik alvast wat thee voor je zetten?

(D kijkt verbaasd op)

D: Daar heb ik niet van terug! Dit is voor het eerst in jaren dat iemand spontaan aanbiedt om een kopje thee voor me te zetten! Ja graag.

(C staat op en gaat water zetten)

C: Ik zie dat je hier mooie CD’s van The Beatles hebt. Heb je “Hey Jude”?
D: Ja natuurlijk.
C: Ik vind die openingszin zo mooi: “Hey Jude, don’t make it bad, take a sad song and make it better”.

(D zet “Hey Jude” op).

D: De melodie van het nummer is als een warme jas.
C: En de drums van Ringo Starr houden de jas goed dichtgesnoerd.
D: En de stem van Paul McCartney als volle maan in donkere nacht.
C: En het duet van Paul en John, als regenboog van harmonie.

(C en D schieten in de lach).

D: Kun je nog herinneren hoe wij samen dit liedje samen op school zongen? Het was de zomerhit van 1968. Je haren glinsterden in de zon, en de wereld lag aan onze voeten. “Those were the days, we thought they never end”. Mary Hopkin, zomer 1968!
D: Jouw hartelijkheid is werkelijk ontwapenend.

(D bergt zijn pistool op).

C: Grappig, als je bedenkt dat ik zowel genen van de bruid als van de bruidegom heb. Misschien lijken hun kinderen wel op mij.

(C lacht).

D: Wanneer is Anja getrouwd?
C: Op 3 oktober jongstleden.
D: Op 3 oktober? Wat vreemd. Dat is de dag dat ik die lichte hartaanval heb gehad.
C: Wat vreemd dat je op de dag dat ze trouwde een hartaanval hebt gehad. Dat is geen goed teken.
D: Het zal wel toeval zijn.
C: Op Aruba heb ik geleerd dat er niet zoiets bestaat als toeval. Die bruiloft van je dochter betekent je dood…
D: Kom, kom, even wat Hollandse nuchterheid. Het leven hangt van toeval aan elkaar. Alleen in toneelstukken bestaat er geen toeval. Zelfs als daar een duif van een dak valt, is dat geen toeval.

D: Maar ik krijg plotseling een ingeving. Als het goed is, dan staat in de huwelijksadvertentie ook waar Anja getrouwd is.
C: Dave, je begint eindelijk weer bij zinnen te komen. Ik zal je nog sterker vertellen. Ik heb haar adres en telefoonnummer! Via haar man, die immers familielid is, heb ik zowel hun adres als telefoonnummer achterhaald.
D: Wow! Maar zal ik haar bellen of niet? Wat voor zin heeft het om haar nu nog te bellen? Dat is toch mosterd na de maaltijd. Ik had haar willen opvoeden. Haar alles willen vertellen over onze familie. Alles over de wereld, alles over het leven….

(D pauzeert).

D: Ik zou haar als kind alles willen vertellen over waar zij vandaan komt, van haar voorouders. Van die excentrieke kolonel de Quartel uit de achttiende eeuw. Die voor de krijgsraad moest komen. Maar gelukkig brak voor hem de Franse Tijd aan in Nederland, en werd hij bevorderd….

( D pauzeert weer)

D: Ik zou haar als kind willen vertellen over haar andere voorouder, de illustere Dokter Rojer. Huisarts met een praktijk in de buurt van de veemarkt. Toen daar een keer een stier ontsnapt was, liep hij recht op de stier af. Recht op de briesende stier. Mensen dachten dat hij gek geworden was. Recht op de briesende stier, maar met een doek gedrenkt in chloroform. De briesende stier, snoof de chloroform op, en viel flauw.

( D pauzeert weer)
D: Zal ik haar bellen nu mijn rol als vader helemaal is uitgespeeld? Om wat te doen om haar te feliciteren met haar bruiloft, met een schoonzoon die ik niet eens ken? Ik had niet eens mijn rol als vader kunnen spelen bij de keuze van de schoonzoon. Haar niet eens kunnen adviseren over haar keuze. Je weet bij ons in de familie is het familiegebruik dat de aanstaande schoonzoon eerst op sollicitatiegesprek moet komen. Als een koppel serieuze plannen heeft, dan nodigt het meisje de jongen bij haar thuis uit. De complete familie is dan aanwezig. Het is dan aan mij als vader, om de jongen beleefd maar vriendelijk te ondervragen. Het is ook aan mij, om de conclusies te trekken uit dit sollicitatiegesprek. En aan het eind van dit proces, geef ik als “pater familias” mijn dochter weg voor het altaar. Dat alles is mij ontzegd.

( D pauzeert weer)

D: Conchita, zal ik haar bellen? Geef me één goede reden om haar bellen! Weet je Conchita als bij ons in de familie de huwelijksdatum is bepaald, dan gaat het koppel bij elk familielid langs om éénieder persoonlijk uit te nodigen. Ik heb niemand op bezoek gehad, Conchita. Niemand. Geef me één goede reden, Conchita, om haar te bellen. Waarom ga je haar niet zelf bellen om haar eraan te herinneren dat zij nog een vader heeft?
C: Ik haar bellen, waarom zou ik? Ik ken haar man, jij bent mijn halfbroer, maar ik ken je dochter niet. Waarom deze omweg? Ben je niet mans genoeg om haar zelf te bellen?
D; Mans genoeg. Manhaftig heb ik mijn verdriet de afgelopen twintig jaar gedragen.
C: Na de winter van twintig jaar is eindelijk een lente aangebroken. Over klimaatswijziging gesproken. Tegenwoordig duren winters twintig jaar…
D: Een lente is aangebroken. Een winter van twintig jaar. Wat is dat voor baarlijke onzin?
C: Wat ik je zeg. In een strenge winter zijn de kanalen bevroren, de wegen spiegelglad, je kunt niet het huis uit. Twintig jaar kon je je dochter niet bereiken. Nu is de lente aangebroken. Ik heb haar telefoonnummer. Bel haar.
D: Voel je dan niet mijn gekwetste trots? Zie je dan niet dat mijn haren recht op staan?
C; Nee, ik zie niet dat je haren recht op staan. Ik zou als ik jou was, alleen maar rustiger aan doen, met je hartproblemen.
D: Hartproblemen! Hartproblemen! Inderdaad ja, maar andere hartproblemen, dan je denkt.
C: Dave het is je dochter, je eigen vlees en bloed.
D: Misschien moet ik dit alles laten rusten. De deur naar het verleden, sluiten, met een groot, roestig hangslot. Hoe heet dat zo mooi? Geen oude wonden openrijten. Het is geweest. Het is passé. Mijn dochter is getrouwd. Zij is een volwassen vrouw. Voor haar vader is er geen rol meer. Hoe zong Paul McCartney dat zo mooi in 1969. “Whisper words of wisdom, let it be”.

( D zingt een stuk uit “Let it be”).

C: Wil je niet de stem van je dochter horen? Wil je nog niet één keer de stem van je dochter horen? Je weet niet hoe lang je nog te leven hebt? Toegegeven. Ze laat je steeds wachten. Eerst negen maanden, nu twintig jaar.
D: Ik ga haar uitschelden natuurlijk. Ondankbaar kind dat zij is.
C: Je gaat haar dus bellen! Fantástiko. Ik ga verse thee voor je maken.

(Conchita staat op, en gaat thee maken).

C: Dave, hoor je jezelf praten? Je hebt haar twintig jaar niet gesproken, en dát ga je haar uitschelden? Vreemde vader, ben je hoor.
D: Je hebt gelijk. Ik ga haar eerst feliciteren en daarna een afspraak met haar maken om bij te praten. Dit is wel erg heftig. Ik weet niet of ik zo meteen uit mijn woorden kan komen. Misschien heeft haar moeder mij gedemoniseerd. Wil ze niet eens met mij praten!
C: Tell You what. Ik zal eerst bellen met mijn verre neef spreken, en dan vraag ik naar zijn vrouw, alias mijn halfnicht dus, en dan kom jij aan het woord.
D: Hemel, ik begin nu wel te trillen. Laat ik eerst mijn kopje thee drinken.

(Dave neemt een slokje van zijn thee)

C: Waar ben je zo nerveus over?
D: Na twintig jaar…Ik kan het niet geloven. Wat moet ik haar vragen? Of ze gelukkig is? Dat spreekt vanzelf, ze is pas getrouwd! Of ze me wel eens mist? Nee, dat kan niet. O hemel, het angstzweet breekt mij uit! Wat een dag! Eerst hoor ik dat ze getrouwd is, en nu hoor ik dat ik haar kan spreken. En dat allemaal door die bruiloft. Een bruiloft zonder de vader van de bruid, maar bij nader inzien een God’s geschenk. A blessing in disguise.

C: We gaan eerst even oefenen.
D: O.K.

C: Hallo met Anja!
D: Anja, je spreekt met je vader. Wat ben ik blij je stem te horen!

(C maakt gebaar dat hij moet doorpraten)

D: Via Conchita ben ik aan je telefoonnummer gekomen. Wat ben ik blij om na twintig jaar weer je stem te horen. God heeft gelukkig mijn beden gehoord. Hoe is het met je Anja?
C: Goed… goed…een beetje verbrouwereerd.
D: Nou dat ben ik eerlijk gezegd ook hoor.Na zoveel jaren. Ik viel net bijna van mijn stoel, toen ik net van Conchita hoorde dat je met een verre achterneef van haar getrouwd ben.
C: Wie is die Conchita eigenlijk?
D: Conchita is mijn halfzus. Lieve Anja kunnen we iets afspreken zodat ik je kan zien?
C: Dat is goed. Volgend week-end. Zondagmiddag bijvoorbeeld om twee uur bij de Eerste Klas Restauratie van Amsterdam CS?
D: Dat is prima.
C: Zie je dat het niet zo moeilijk is?

(Stilte)

D: Ik ben blij dat onze vader mij een halfzus geschonken heeft.

(C glimlacht)

C: O.K. broerlief, ben je er klaar voor? Daar gaan we dan…

(C neemt een nummer uit haar tas en begint te bellen)

C: Hallo José, hier met je tante Conchita.
J: Tante Conchita… Mijn moeder vertelde me dat u zou bellen om ons te feliciteren.
C: Inderdaad. Van harte. Was het een leuke dag?
J: Een zeer leuke, onvergetelijke dag. Alles ging precies volgens plan.
C: Mooi. Mag ik ook je vrouw feliciteren?
J: Natuurlijk. Hier is zij al.
A: Hallo Tante Conchita.
C: Anja, van harte gefeliciteerd. Ik heb een kleine verrassing voor je.

(C geeft de hoorn af aan D)

D: Hallo Anja, met mij, met je vader.

(A valt stil)

D: Hallo… hallo…
A; Ja, ik ben er nog. Wat is dit voor flauwe grap?
D: Hoezo flauwe grap? Ik ben je vader.
A: Mijn vader is al twintig jaar dood.
D: Dood? Wat is dát voor flauwe grap?
A: Mijn moeder heeft me altijd verteld dat mijn vader dood is.
D: Dood? Ik dood? Waar zou ik dan begraven moeten liggen?
A: Mijn moeder vertelde me dat het vliegtuig van mijn vader op volle zee was neergestort. Meer dan een zeemansgraf was er niet bij.
D: Een zeemansgraf ?! Ik woon al twintig jaar drie hoog in De Pijp. Dood!!!! Eerst word ik niet uitgenodigd voor je bruiloft en nu hoor ik dat ik dood ben. Je hebt me bij leven begraven, dát is het! Dit is erger dan gedemoniseerd worden. De duivel leeft tenminste. God is dood, het kan niet anders, als ik dit hoor. God is dood, maar de duivel leeft.

(D wordt steeds geagiteerder)

D: Daar heb ik mijn heel leven voor gewerkt om te horen dat ik een soort spook ben, een soort Dracula die uit zijn graf verrijst! Een soort zombie! Wie dacht je dat jullie twintig jaar heeft onderhouden?
A: Mijn moeder vertelde dat wij leefden van een levensverzekering die mijn vader had afgesloten.
D: Levensverzekering?! Zijn jullie nu helemaal gek geworden?!!!!!.

(Conchita schreeuwt dwars door het telefoongesprek: “Dave, beheers je! Wees niet zo’n driftig!!!”. D begint naar adem te happen)

D: Geen woord van dank…na twintig jaar werken…geen woord van dank…

(Dave grijpt naar zijn hart; laat de hoorn los; de hoorn blijft bungelen; Conchita neemt hem in de armen)

C: Dave! Lieve broer!! Ga niet weg. We moeten nog de bruiloft van Anja vieren!

(Dave bezwijkt in de armen van Conchita. Zij sluit hem de ogen en neemt de hoorn over)

C: Anja, jouw vader die jou zo innig heeft bemind, mijn halfbroer, is nu echt dood. Hij was al twintig jaar begraven in De Pijp. Hij is bezweken aan een gebroken hart. Het was een goed maar ongelukkig man. Hij had je dolgraag willen zien, maar het lot heeft hem dat niet gegund. Dwaze vader Dave is naar zijn eigen vader. Hij ruste in vrede…

(Stilte)
C: Ik zal de begrafenis verder regelen. Ik neem aan dat je komt. Een bruiloft zonder de vader van de bruid is al erg genoeg. Daar komt alleen onheil van.
 

© Copyright Walter Palm

◄begin