home  
 
 

biografie

 
  gedichten
 
  interview
 
  publicaties
 
  essay
 
  toneel
 
  verhalen
 
  contact
 



 

Walter Palm, een schrijver uit Curaçao

nederlands

papiaments engels



DE WAARHEID GAAT GESLUIERD
Sombere roman van Vásquez over straffeloos geweld in Colombia

(Dit artikel is gepubliceerd in het “Antilliaans Dagblad” van 6 mei 2017)
 

And there are no truths outside the Gates of Eden” zingt Nobelprijswinnaar Bob Dylan in zijn compositie “Gates of Eden”. In deze tijden van “alternative facts” is dit lied uit 1965 meer dan ooit actueel.
De waarheid gaat gesluierd bij sommige gebeurtenissen die gegrift zijn in het collectieve geheugen, zoals de moord van President Kennedy en de tragische dood van Lady Di. De gesluierde waarheid nodigt uit tot complottheorieën.
Op Curaçao houdt de vraag van wie de opdrachtgevers waren van de moord op Helmin Wiels de gemoederen nog steeds bezig. Opmerkelijk is dat een paar maanden voor de moord op Helmin Wiels in het toneelstuk “Geniale Anarchie” dat onder regie van de Curaçaose regisseur John Leerdam op 28 januari 2013 in première ging, ook een aanslag werd gepleegd op een politicus. Het toneelstuk was gebaseerd op het gelijknamig boek van Boeli van Leeuwen, maar de aanslag kwam niet voor in het boek. Het was door John Leerdam toegevoegd in het toneelstuk. Had John Leerdam al in januari 2013 een voorgevoel van wat Curaçao te wachten stond op 5 mei 2013?

Complotten

In het collectieve Colombiaanse geheugen zijn twee data gebeiteld en dat zijn de moord op 9 april 1948 van de veelbelovende en charismatische presidentskandidaat Jorge Eliécer Gaitán in Bogotá en de liquidatie van de liberale generaal
Rafael Uribe Uribe op 15 oktober 1914.
De moordenaars van deze twee illustere Colombianen zijn bekend. Gaitán werd vermoord door
Juan Roa Sierra en Uribe door twee ambachtslieden, namelijk Galarza en Carvajal. Tot dusver de feiten. Maar handelden de moordenaars alleen of maakten ze deel uit van een mysterieus complot? En zo ja, wie waren de opdrachtgevers?
De zoektocht naar het antwoord op die vragen vormt de inspiratiebron voor “
La forma de las ruinas”, de nieuwe roman van de bekende Colombiaanse auteur Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1973). Zeer onlangs is er een Nederlandse vertaling van deze roman verschenen bij uitgeverij Signatuur in Amsterdam (ISBN 978 90 5672 565 5 en NUR 302).
In “
La forma de las ruinas
” (“De vorm van ruïnes”) weeft Vásquez een verhaal dat bol staat van complotten en dat volledig of grotendeels uit zijn duim is gezogen.
De roman heeft drie relatief losstaande verhaallijnen, die telkens gecentreerd zijn rond één hoofdfiguur. Anzola, de eerste hoofdfiguur, verricht onderzoek naar de opdrachtgevers voor de moord op generaal Uribe. De tweede hoofdfiguur is Carballo die zich verdiept in de moord op Gaitán. De derde hoofdfiguur is vreemd genoeg de auteur zelf.

Uribe

Uribe was een legendarische generaal die naar verluidt in de “Guerra de los Mil Dias” (“De oorlog van duizend dagen”; de burgeroorlog in Colombia tussen conservatieven en liberalen van 1899 tot 1902) kaarsrecht galoppeerde richting de schutters die hem onder vuur namen. Hij sprak tot de verbeelding. In “El olor de la guayaba” (1982; “De geur van guave”) bevestigde Gabriel García Márquez dat generaal Uribe model stond voor de mythische kolonel Aureliano Buendia in “Cien años de soledad” (1967; “Honderd jaar eenzaamheid”). Gabriel García Márquez had een heel sterke band met zijn grootvader en die had gediend onder generaal Uribe.
Generaal Uribe sprak niet alleen tot de verbeelding. Hij was ook de schrik van het Colombiaanse establishment met zijn progressieve ideeën om de welvaart beter te verdelen in dit land en zijn pleidooi voor een sterke vakbeweging. Ook de Colombiaanse kerk moest niets van hem hebben, want als liberaal verdedigde hij de strikte scheiding van Kerk en Staat, en verzette hij zich heftig tegen de dominante invloed van de kerk in Colombia.
Tot zover de verifieerbare feiten.
Vásquez voert Anzola op die een lijstje afgaat van potentiële opdrachtgevers voor de moord. Aanwijzing zijn de personen die het laatst zijn gezien met de moordenaars.
Anzola sprak een getuige die de prominente Colombiaanse couppleger, generaal Pedro León Acosta, had zien praten met de twee moordenaars van Uribe bij de waterval van Tequendama. Een tweede getuige had dezelfde Acosta ook gezien in het atelier van de twee ambachtslieden aan de vooravond van de moord. Weer een andere getuige beweerde bij hoog en laag dat zij op de ochtend van de moord de directeur van de politie in Bogota, generaal Salomón Correal, had zien praten met de moordenaars. Een vierde getuige had gezien dat de moordenaars waren gesignaleerd bij het klooster van de Jezuïeten.
Anzola komt tot de opmerkelijke conclusie dat er minstens drie medeplichtigen zijn op de moord op generaal Uribe, namelijk generaal Salomón Correal, generaal Pedro León Acosta en de Jezuïet Rufino Berestain.
Maar Anzola krijgt de bewijzen voor de medeplichtigheid van deze drie verdachten niet rond. Zijn complottheorieën blijken gebaseerd te zijn op drijfzand en de waarheid blijft gesluierd. Hij raakt verstrikt in een labyrint, labyrintisch als in “Ficciones” (1953; “Fantastische verhalen”) van Jorge Luis Borges, waar het labyrint in dit geval metafoor is voor een ondoordringbare wereld van complotten.

Gaitán

De charismatische politicus Gaitán was net als Generaal Uribe anti-establishment. Hij was solidair met de armen en hij stond bekend om zijn retorische gaven. Op zijn initiatief vond het debat plaats over de verantwoordelijken voor het bloedbad dat door het Colombiaanse leger op 6 december 1928 was aangericht onder stakende arbeiders die werkzaam waren bij de bananenplantages van de United Fruit Company nabij Santa Martha. In “Honderd jaar eenzaamheid” staat een fictieve versie van dit bloedbad.
Gaitán bezorgde de Colombiaanse elite koude rillingen toen hij in februari 1948 een indrukwekkende mars organiseerde door de hoofdstad. In deze Mars van de Stilte waaraan vooral werd deelgenomen door bewoners van de arme wijken van Bogotá, sprak Gaitán de Smeekbede voor de Vrede uit.
Tot zover de verifieerbare feiten.
De roman begint met de arrestatie in 2014 van Carballo die betrapt werd op diefstal bij het museum dat gewijd is aan Gaitán. Het ging om de diefstal van een kledingstuk dat Gaitán droeg op de dag dat hij vermoord werd en het heeft vier kogelgaten.
Carballo is geobsedeerd door de moord op Gaitán, omdat zijn vader een grote fan was van deze politicus en aanwezig was toen Gaitán vermoord werd
Door een bril van samenzweringen percipieert Carballo de wereld. Dan Brown is er niets bij vergeleken. Volgens hem vertoont de moord op Gaitán veel overeenkomst met die van John F. Kennedy in 1963. Om te beginnen zijn de moordenaars van zowel Kennedy als Gaitán kort na de moord, zelf vermoord, zodat ze niet konden getuigen over hun opdrachtgevers. Daarnaast waren de beide moordenaars volgens Carballo met zorg uitgezocht, want ze vertegenwoordigden beiden een maatschappelijke stroming die veracht werd door het brede publiek. Lee Oswald had communistische sympathieën en Roa Sierra heulde met nazi’s.
Zelfs Gabriel García Márquez wordt door Carballo er bij gehaald om te bewijzen dat er sprake was van een complot, want had deze Nobelprijswinnaar niet in zijn onvoltooide autobiografie “Vivir para contarla” (2002; “Leven om te vertellen”) geschreven over een elegante heer in krijtjespak die omstanders aanspoorde om de moordenaar van Gaitán ter plekke te lynchen, zodat alle sporen naar de opdrachtgevers, gewist zouden worden?
Evenals Anzola weet ook Carballo de waarheid niet te ontsluieren.

Vásquez

De onopgehelderde moorden op Gaitán en Uribe geven Vásquez de mogelijkheid om in deze roman zijn eigen theorie omtrent de oorzaak van het gewelddadig karakter van de Colombiaanse samenleving te ontvouwen.
Zijn theorie is dat zo lang opdrachtgevers van moorden onbekend blijven en dus onbestraft blijven, geweld alleen maar zal toenemen, als een soort vloek van de onschuldige slachtoffers. Pas als opdrachtgevers van geweld en plegers van geweld bestraft worden zal er volgens de auteur, vrede zijn in Colombia.
De auteur suggereert dat na de moorden op Gaitán en Uribe het straffeloos gebruiken van geweld routine werd in Colombia. Het werd bijna zo natuurlijk als ademhalen. Geweld hoorde bij het leven en daar werd schouderophalend aan voorbijgegaan. Zo memoreert hij zijn eigen miraculeuze ontsnapping aan een bomaanslag in een winkelcentrum in Bogotá in januari 1993, toen de oorlog met het drugskartel van Medellín in volle gang was.
Ook staat hij stil bij de heftige ongeregeldheden, El Bogotazo, die uitbraken als gevolg van de aanslag op Gaitán. Het was zijn oudoom, José Maria Villarral, die als toenmalige gouverneur van Bogotá de rust wist te herstellen in de Colombiaanse hoofdstad. Bij deze El Bogotazo vielen talloze doden. Schattingen lopen uiteen van honderden tot duizenden.
De moord op Gaitán en de gewelddadige rellen die daaruit voortvloeiden bleven ook op Curaçao niet onopgemerkt. Albert Helman was tijdens deze onlusten in Bogotá en het tiende nummer van de tweede serie van het tijdschrift “De Stoep”, dat in oktober 1948 op Curaçao is verschenen, opent met de bijdrage van deze schrijver over zijn belevenissen tijdens El Bogatazo.
Geweld als een erfenis uit het verleden, als een soort erfzonde. De spoken van het verleden geselen het heden. “The past is not dead!
Actually, it’s not even past” schreef William Faulkner in “Requiem for a Nun”(1951).

Shakespeare

De rode draad in deze roman is waarheidsvinding. De waarheid gaat in deze roman schuil achter allerlei samenzweringen en complottheorieën. De titel van het boek is ontleend aan de tragedie “The tragedy of Julius Caesar” (1599) van Shakespeare over het complot tegen Julius Caesar, de moord en de nasleep. Een toneelstuk dat wemelt van samenzweringen.
Marcus Antonius, de trouwste vriend van Julius Caesar, rouwt bij het lijk van zijn vermoorde vriend en zegt (in de derde akte, eerste scene) : “Thou art the ruins of the noblest man/That ever lived in the tide of times.”; in het Spaans vertaald dus:
Eran las ruinas del hombre mas noble…”.
R
uins of the noblest man als Vásquez in de roman terugdenkt aan de door een kogel doorboorde ruggegraat van de nobele Gaitán of de inslag in de schedel van de edele Uribe. In Colombia dat gedomineerd wordt door welvaartsverschillen was er kennelijk geen plek voor de progressieve ideeën van Gaitán en Uribe.
R
uins of the noblest man is ook het indringend beeld dat mij bij gebleven is van de gechoqueerde Jackie Kennedy die zich na de aanslag omdraaide, om op de kofferbak van de met bloed doordrenkte limousine, wanhopig de hersenresten bij elkaar te vegen van haar geliefde echtgenoot.
De waanzinnig speculatieve zoektocht naar de waarheid gecombineerd met de loodzware last van een inktzwart en gewelddadig verleden maken van “La forma de las ruinas
” een intrigerende en innemende roman.





                                                                                                            © Copyright Walter Palm